Met humor, paardentaal en handvijl verkeert gebit in prima staat

Waar veel collega’s tegenwoordig elektrisch gereedschap inzetten en werken met verdoving, doet ‘paardentandarts’ Jan Groeneveld alles handmatig met de vijl. Met humor en de juiste ‘paardentaal’ komt hij tot resultaat. Met louter spierkracht red je het immers niet tegen een dier van 500 kilo.

Paardentandarts Jan Groeneveld aan het werk op het eerste bedrijf.
© Studio Van Assendelft

Op de laatste donderdag van mei plaatst paardengebitsverzorger Jan Groeneveld thuis in het Brabantse Geffen voorzichtig zijn contactlenzen. Terwijl het kwik stijgt naar 27 graden en de nabijgelegen Geffense Plas die middag volstroomt met badgasten, begint voor Jan een gewone werkdag.

Groeneveld is een gebitsverzorger van de oude stempel: hij behandelt paardengebitten handmatig met vijlen. Veel collega’s werken elektrisch, waarvoor een paard verdoofd, oftewel gesedeerd, moet worden. Groeneveld vindt dat elektrisch vijlen de tanden te glad maakt. ‘Daarmee haal je de natuur uit het gebit. Met de juiste vijl kom ik ook overal.’

Het avontuur begon ruim 23 jaar geleden in het Overijsselse Vinkenbuurt, bij Ommen. Hij had een andere baan, een gebitsverzorger kwam langs bij een vriendin van hem. ‘Die man zag dat ik handig was en vroeg of ik kon helpen als hij in de buurt was. Dat gebeurde steeds vaker.’ De verzorger moedigde Groeneveld aan om zelf het vak in te gaan. Niet veel later deed Groeneveld examen in België. Dat bleek een schot in de roos: ‘De examinator was diep onder de indruk van mijn kennis; ik was direct geslaagd.’

Oefenen, oefenen, oefenen

Daarna volgde de praktijk: ‘Dat was een kwestie van oefenen, oefenen, oefenen.’ Toen zijn leermeester vanwege fibromyalgie moest stoppen, nam Groeneveld het werk over.

Bij het eerste adres van deze dag pakt de gebitsverzorger zijn vaste uitrusting uit de kofferbak: een emmer, vijlen, een mondklem, ontsmettingsmiddel en een schone handdoek. ‘Vul de emmer maar met lauwwarm water’, vraagt hij aan de eigenaresse. ‘Dat voelt prettiger voor het dier.’

Wanneer een paardenbegeleider aankomt met het eerste paard, blijft het dier opvallend rustig staan. Groeneveld grapt dat paarden normaal gesproken hard wegrennen bij het zien van haar panterprintbroek. Er klinkt een ontspannen lach.

Die humor is essentieel, vindt de Brabander. ‘Sommige eigenaren slapen drie nachten niet van de zenuwen, omdat de gebitsverzorger komt. Paarden nemen die spanning feilloos over. Als ik een grapje maak, ebt de stress weg en ontspant het paard ook sneller.’ Daarna legt hij rustig zijn hand op het voorhoofd van het dier en kijkt het diep in de ogen. ‘Je moet laten zien dat jij de leiding hebt. Dan ontstaat er vertrouwen.’

Sommige eigenaren slapen drie nachten niet van de zenuwen, dat geeft spanning

Jan Groeneveld, paardengebitsverzorger

Volgens Groeneveld is het spreken van de juiste 'paardentaal' cruciaal. ‘Ik visualiseer in mijn hoofd wat ik ga doen. Ik vertel het verhaal in plaatjes, zoals in de Donald Duck.’

Het paard blijft kalm. Groenveld plaatst de mondbeugel en begint de kiezen te vijlen om oneffenheden te verwijderen, wat een knorrend geluid oplevert. ‘Ik kom hiermee helemaal achter in de mond, tot onder het oog.’ Na een kwartier spoelt hij de mond met water met ontsmettingsmiddel en is het werk gedaan.

Na het vijlen wordt de mond ontsmet.
Na het vijlen wordt de mond ontsmet. © Studio Van Assendelft

Het tweede paard moest bij een vorige behandelaar nog twee keer worden gesedeerd. ‘Als je de taal van het paard niet spreekt, moet er een spuit in. Maar dat heeft impact.’ Groeneveld legt zijn hand op het voorhoofd van het paard: ‘Zakken met je hoofd. Mij aankieken. En nú zakken.’ Alles verloopt probleemloos.

Het derde, oudere paard heeft slechte voortanden. Groeneveld durft de standaardbeugel niet te gebruiken vanwege het risico op schade. Voor dit soort gevallen heeft hij een aangepast model, omwikkeld met zeemleer. Ook deze behandeling slaagt zonder incidenten.

Bit met ander smaakje

Na een snelle lunch thuis – koffie met peperkoek – volgt het tweede adres. Na hetzelfde ritueel met de emmer kijkt Groeneveld het paard in de mond. Hij voelt direct dat er iets mis is, wat wordt bevestigd als het dier gevoelig reageert op druk. ‘Wat voor bit gebruik je? Ik denk dat je een ander bit nodig hebt en wellicht met een ander smaakje.’ De eigenaresse knikt; ze wilde hem er net naar vragen.

Jan Groeneveld controleert het gebit.
Jan Groeneveld controleert het gebit. © Pieter Stokkermans

De gebitsverzorger loopt naar zijn auto om verschillende bitten op te halen. ‘Ik doe ook aan bittenservice, waarbij we kijken welk bit het beste past. Met een vaste klantenkring is dat vaak maar één keer nodig, dus ik moest even zoeken’, verontschuldigt hij zich.

Bij de bitten draait het om type én materiaal. ‘Zo bevat een bit van argentaan meer dan 60 procent koper. Dat geeft een zoetige smaak af in de mond’, legt Groeneveld uit. Zijn ervaring laat hem niet in de steek: het tweede bit is al raak. Het paard loopt er direct fijn mee.

Is zijn omgang met paarden een speciale gave? Groeneveld blijft nuchter: ‘Het is een kwestie van leiding nemen en vertrouwen winnen. Ik creëer een omgeving waarin het paard zich veilig genoeg voelt om de behandeling vrijwillig te ondergaan.’

Jan Groeneveld is al 23 jaar gebitsverzorger bij paarden.
Jan Groeneveld is al 23 jaar gebitsverzorger bij paarden. © Studio Van Assendelft

Bedrijfsgegevens

Jan Groeneveld (58) uit het Brabantse Geffen is al 23 jaar gebitsverzorger bij paarden, hoewel hij dit ook bij koeien kan. Hij heeft een klantenkring in heel het land, in Duitsland en België. Bijzonder is dat hij nog van de ‘oude stempel’ is, hij behandelt de gebitten met de hand. Volgens hem is er in ons land nog een handvol vakmensen dat zonder elektrische machines werkt.


Lees ook

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

Meer weer