Grasland heeft onderhoud nodig voor hoge opbrengst en kwaliteit

Vanwege de zware klei-op-veen krijgen de melkkoeien bij Job van de Water vrijwel alleen gras als ruwvoer. ‘Dan moet je het grasland goed onderhouden om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en opbrengst van je grasland steeds op een hoog niveau blijven’, zegt de melkveehouder.

Naast weidegang krijgen de koeien op stal een volledig TMR-rantsoen.
© Ron Magielse

Het melkveebedrijf van Job van de Water in het Zuid-Hollandse Arkel staat grotendeels op klei-op-veengrond. Onder een dikke laag zware rivierklei zit 14 meter veen. De hoge grondwaterstand voorkomt dat het veen uitdroogt en inklinkt. Het land verzakt niet, maar hoog je bijvoorbeeld een terras op met zand, dan zakt het door het gewicht weg.

De zware kleigrond betekent dat vrijwel alle percelen op het bedrijf alleen geschikt zijn voor grasland. Het perceel bouwland van 3 hectare ligt op 7 kilometer afstand. Daar staat voor het eerst sinds drie jaar weer mais.

‘Vroeger stonden er fruitbomen op dit perceel en daarna stond er tientallen jaren mais’, vertelt Van de Water. ‘Toen ik het kon gaan pachten, kon je dat goed zien aan de mais. Die werd hooguit zo’n 1,5 meter hoog. Daarom heb ik het perceel ingezaaid met rietzwenk, klaver en luzerne. Dat heb ik drie jaar achtereen geteeld. De bodem heeft hierdoor weer lucht gekregen. Nu groeit de mais weer prima zoals het hoort.’

Gemengd TMR-rantsoen

De 3 hectare mais zorgt voor 1,5 tot 2 kilo droge stof in het gemengde complete TMR-rantsoen dat de koeien jaarrond krijgen. Nu zit er nog aangekochte mais in het TMR-rantsoen, gras uit de lasagnekuil van 2024 met nog een vijfde snede van 2025 en daarnaast EU-tarwemeel, EU-tarwegries, EU-RUCOM, EU-raapschroot, PMR+, LINPRO en mineralen op maat.

De koeien krijgen dit naast de dagelijkse zes uur weidegang die ze 120 dagen lang iedere ochtend direct na het melken krijgen. ‘In de ochtend vreten ze het meeste verse gras in de weide’, vertelt de Zuid-Hollandse veehouder.

Blokweiden

Voor het beweiden heeft Van de Water, die vorig jaar bij de verkiezing van beste graslandboeren bij de beste drie behoorde, in totaal 14 hectare gras van de huiskavel in tweeën gedeeld met vijf percelen per blok. Iedere ochtend krijgen de koeien een nieuw vers stuk aangeboden.

De koeien gaan in de eerste of tweede week van april voor het eerst naar buiten op het eerste blok. Het tweede blok wordt tegelijk met de rest van het grasland gemaaid: 2 hectare bij huis en 4,5 hectare op afstand. Na de eerste snede komt het tweede blok beschikbaar voor weidegang.

Eerste snede in mei

De eerste snede maait de melkveehouder niet te vroeg in het jaar, maar meestal in de tweede week van mei, bij een opbrengst van 5 tot 6 ton per hectare. Dat heeft te maken met de berijdbaarheid van de zware grond, maar vooral ook met de het eiwitgehalte. ‘Vroeger maaien betekent dat er 190 tot 200 gram ruw eiwit per kilo in het gras zit. Dat is veel te hoog om het eiwit goed te kunnen benutten en goed in het rantsoen te kunnen passen’, licht Van de water toe.

Daarbij wordt het eerste weideblok ingezet voor de rustperiode voor weidevogels binnen het agrarisch natuurbeheer. Het gras en de koeien moeten er dan voor 15 mei vanaf zijn en tot 15 juni mag er niets gebeuren op deze percelen. Bij de tweede snede wordt dit perceel samen met alle andere grasland mee gemaaid. Het tweede weideblok neemt de melkveehouder dan weer mee met de derde snede.

Van de Water houdt tussen de sneden niet precies vier weken aan, maar een tussentijd van vier tot zes weken. Dit laat hij afhangen van de grasgroei. ‘Als er nog maar een kleine snede staat, ga ik niet maaien. De kosten van de graswinning wegen dan niet op tegen de opbrengst’, zegt hij. ‘Wel gaat de snede er altijd na uiterlijk zes weken af, anders verhout het gras te veel en is de benutting matiger.’

Het gras gaat er altijd na uiterlijk zes weken af, anders verhout het te veel en is de benutting matiger

Job van de Water, melkveehouder in Arkel (ZH)

Naast het weidevogelperceel heeft de melkveehouder nog 6 hectare kruidenrijk grasland. Daarvan maait hij 4 hectare na 15 juni; 2 hectare is in gebruik voor extensief weiden met een stuk plasdras. Dit kruidenrijke gras levert schoon hooi voor de droge koeien, zorgt voor structuur en verlaagt het energiegehalte voor deze doelgroep.

De 10 hectare natuurgrasland mag alleen worden gemaaid. Dat moet minimaal tweemaal per jaar om de grond te verschralen. Dit gras gaat in grote balen. De kwaliteit is laag en hooguit deels geschikt voor schapen en paarden of als strooisel voor de potstallen.

Goed bemesten

Om de kwaliteit en opbrengst van het grootste deel van het grasland hoog te houden, is om te beginnen een goede bemesting noodzakelijk. In de derde week van februari krijgen alle graspercelen een flinke mestgift op basis van de specifieke behoefte van de percelen en genoeg voor de eerste snede. In de derde week van maart komt er een mengmeststof met ureum en zwavel bij en dit jaar ook fosfaat omdat er hiervoor ruimte was.

Mest uitrijden gaat altijd met de sleepslang om voor zo min mogelijk rijsporen te zorgen. Er gaat dan immers geen tank leeg terug. Met de sleepslang komt er vanaf de tweede snede een mengsel van dunne mest en renure op het land.

Job van de Water inspecteert zijn grasland. Op de achtergrond de opslag van dunne mest en renure.
Job van de Water inspecteert zijn grasland. Op de achtergrond de opslag van dunne mest en renure. © Ron Magielse

Elke vier weken komt de loonwerker om de mest te scheiden. De dunne fractie komt in een van de twee mestzakken terecht. In de andere mestzak zit renure die de ondernemer in de winter aanvoert. Voor de opslag van de mest heeft de melkveehouder behalve de kelder onder de stal ook nog een kelder onder een van de sleufsilo’s. ‘We moeten hier toch alle gebouwen heien, dus heb ik er maar direct een kelder onder laten maken. Nu kan ik in totaal zo’n veertien tot zestien maanden mest opslaan’, stelt de ondernemer.

De droge dikke fractie komt in de boxen als strooisel. Is er na vier weken nog wat over, dan gaat dat op de mesthoop, want dan is het niet meer geschikt voor in de boxen. Op de mesthoop komt onder ander de vaste mest van de schapen en vanuit de strohokken voor de droogstaande en net gekalfde koeien.

De droge koeien liggen dik in het stro.
De droge koeien liggen dik in het stro. © Ron Magielse

De vaste mest komt op het kruidenrijke grasland dat wordt beweid door de schapen en pinken. Van de Water: ‘Door de weidegang leren ze al dat ze ook ergens anders dan op stal hun voer kunnen halen. Ook is het nodig om resistentie op te bouwen tegen longwormen. Tegelijk wordt voldaan aan de eisen vanuit het Beter voor Natuur & Boer-programma.’ De rest van de vaste mest wordt afgevoerd.

Vaak doorzaaien

Naast goed bemesten neemt de melkveehouder nog meer maatregelen om de opbrengst en kwaliteit van zijn grasland op een hoog peil te houden. Begin april zaait hij alle percelen, behalve het kruidenrijke grasland, door met 5 tot 6 kilo per hectare Engels raaigras. Dat doe hij zelf met een zaaimachine op de wiedeg.

‘Dan is het hopen op regen en dat het nieuwe gras niet wordt verstikt door de bestaande grasmat. Doorzaaien is echt nodig om te zorgen dat Engels raaigras de overhand houdt. Doe ik dat niet, dan krijgt vanzelf ruwbeemd de overhand en gaan de opbrengst en kwaliteit achteruit. Als het moet, doe ik het daarna nog een keer’, aldus Van de Water.

Ook in het najaar na de vijfde snede gaat de melkveehouder met een wiedeg en de zaaimachine door het land om de grasgroei stil te krijgen en vervolgens het doorgezaaide gras veel kans te geven. ‘De investering in het graszaad kan prima uit.’ Bij het onderhoud van de grasmat helpen de schapen. Ze stimuleren de uitloop van het jonge gras en eten op het kruidenrijke grasland de zuring en het andere onkruid op.

Niet alleen bij zijn graslandmanagement, maar op alle onderdelen van zijn melkveebedrijf probeert de ondernemer, zoals hij zelf zegt, ‘zo min mogelijk fouten te maken en elke schakel te optimaliseren’.

Maximaal twaalf vaarzen

Van de Water streeft naar niet meer dan twaalf vaarzen per jaar en gebruikt daarom op driekwart van zijn veestapel een Belgische blauwe. ‘Ik red het hiermee nog niet helemaal en heb vijftien of zestien vaarzen per jaar. Jaarlijks een 100.000 liter-koe lukt wel.’

Voor een lange levensduur is de klauwgezondheid van belang. Van de Water bekapt alle droge koeien en vaarzen voor het afkalven. Na honderd dagen lactatie volgt preventief onderhoud aan alle vier de poten. Daarmee lukt het om een gemiddelde productie van 66.000 liter bij afvoer te behalen.

De lasagnekuil maakt een stabiel rantsoen gemakkelijker.
De lasagnekuil maakt een stabiel rantsoen gemakkelijker. © Ron Magielse

Bedrijfsgegevens
Job van de Water (36) heeft een melkveebedrijf in het Zuid-Hollandse Arkel. Hij beschikt over 10 hectare grasland en 3 hectare mais. Van de Water heeft 80 melkkoeien, 35 stuks jongvee en 40 ooien met lammeren. Volgens de KringloopWijzer ligt de grasproductie op 13 ton droge stof inclusief het kruidenrijk grasland. De koeien produceren dit jaar 830.000 kilo melk met 4,25 vet en 3,69 eiwit. Van de Water is ook rundveeadviseur bij De Heus.

Bekijk meer over:

Lees ook

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

Meer weer